Het graf van Willem

Minstens drie keer per jaar gaat Irma van Gelderen, zorgmedewerker in Koningsbruggen, naar het graf van Willem Schoonheim. Op zijn verjaardag, zijn sterfdag en met Kerst. “Dan leg ik er bloemen neer, zet wat plantjes in de grond. Ik zorg dat het graf netjes blijft.” Willem, zoals iedereen hem noemde, was een bewoner van het woonzorgcentrum dat toen nog Albert van Koningsbruggen heette. Hij was alleen op de wereld.

“Willem is altijd zwerver geweest in Utrecht,” vertelt Irma. “Hij had Korsakov omdat hij altijd veel had gedronken. Toen het slechter met hem ging, is hij via het Leger des Heils in Albert van Koningsbruggen gekomen.” Willem was heel moeilijk in de omgang en je had een klik met hem of niet. “Hij was gefocust op een paar mensen die hem verzorgden, ik was een van hen. Ik kon het goed met hem vinden. Omdat hij niemand had, heb ik me over hem ontfermd. Je kunt iemand toch niet aanzijn lot overlaten?”

Omdat Willem geen familie had, werd een bewindvoerder aangesteld die zijn financiën beheerde. Willem ontving een uitkering. “Als hij jarig was, zorgde ik voor taart en nodigde mensen uit. Zoals de kapper, de arts, medewerkers. Zo was er voor hem ook visite. Dat vond hij prachtig. Van zijn bewindvoerder kreeg ik geld en kocht dan nieuwe kleren voor hem, daar hield hij van.” Als er uitjes waren, ging Irma mee. Dat was natuurlijk gezellig, maar ook noodzakelijk. Zonder mensen in de buurt die hij vertrouwde, kon hij nog wel eens uit zijn dak gaan.

Op straat
Veel is Irma niet over zijn achtergrond te weten gekomen. Hij kon weinig vertellen vanwege zijn Korsakov. “Hij had één zus, die was overleden, dat wist hij wel. We hebben helaas niet kunnen achterhalen waar ze is begraven. Hij had graag het graf bezocht. Zelf is hij altijd zwerver geweest in Utrecht. Ik heb begrepen dat zijn ouders zijn overleden toen hij nog jong was. Daarna is hij op straat terecht gekomen.” In een huis wonen lukte niet. Hij moest altijd naar buiten. De Zusters Augustinessen hebben hem nog onder hun hoede genomen. Bij hen kon hij douchen en kreeg hij schone kleren.

Eigenlijk was Albert van Koningsbruggen zijn eerste echte thuis, de behoefte om te vertrekken verdween. “Daar kwam hij toevallig een verre achternicht tegen. Zij kwam met haar man bij iemand anders op bezoek en troffen ook Willem. Zij kwamen af en toe ook bij hem langs.”

Begrafenis
Met zijn bewindvoerder en Irma besprak Willem dat hij na zijn overlijden graag begraven wilde worden. In augustus 2009, Willem was 84 jaar, was het zo ver. “De bewindvoerder was op vakantie. Toen heb ik de begrafenis geregeld. Er waren mensen die zeiden dat cremeren gemakkelijker zou zijn. Maar hij wilde per se begraven worden. Ik wilde de belofte nakomen, die zijn bewindvoerder en ik hadden gedaan. Zijn achternicht en haar man waren niet in staat om dat te regelen.” Het werd een mooie uitvaart.

Bijzonder staartje
Met nog een heel bijzonder staartje. Irma ging na het overlijden van Willem naar Daelwijck om een graf uit te zoeken. Daar stond Wilco, medewerker van Daelwijck, al op haar te wachten. Wilco en Irma keken elkaar aan en raakten aan de praat. “En we hebben nog heel lang staan praten. Hij vroeg mijn telefoonnummer. En nu wonen we al een tijd samen. Willem heeft ons bij elkaar gebracht. En wat zo bijzonder is, ze hebben ook nog allebei dezelfde doopnaam: Wilhelmus.”

Meer informatie:
Als een bewoner niemand heeft.
Dat bewoners in woonzorgcentra niemand hebben waar zij op kunnen terugvallen, komt gelukkig zelden voor. Als iemand zelf niet meer in staat is de eigen financiën te regelen, stelt de rechtbank daarvoor een bewindvoerder aan. Vaak wordt een mentor benoemd die zaken regelt die met de zorg en behandeling te maken hebben en bijvoorbeeld bij zorgplanbesprekingen zit. Wie verder voor praktische zaken als kleding zorgt, wordt per situatie bekeken. In uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een medewerker deze taak op zich neemt.

Terug naar het verhalenoverzicht.