Herman Achterberg van De Hooghe Camp

De rollator staat in de hoek van de woonkamer van zijn serviceappartement in De Hooghe Camp. Als het aan Herman Achterberg (66) ligt, heeft hij die binnenkort niet meer nodig. Dit voorjaar is het een jaar geleden dat het mis ging met zijn hart en hij met spoed een operatie onderging. Zijn conditie was daarna op zijn zachtst gezegd niet zo best. Zo na een jaar vindt Herman dat hij maar weer gewoon zonder hulpmiddelen moet kunnen lopen. Iets om naar uit te kijken.

Dat laatste was een lange tijd best moeilijk. Het zal een jaar of zes geleden zijn, precies weet hij het niet meer. In ieder geval was hij op een middag in de winkel in IJsselstein waar zijn dochter werkte. “Ze dacht eerst dat ik het niet was, ze herkende me bijna niet. Ik leek wel dronken,” zegt Herman. Via de psycholoog van het Mobiel Geriatrisch Team (MGT) kwam de diagnose: vasculaire dementie. “Dat was een enorme dreun. Waarschijnlijk is het ontstaan door een hersenbloeding die ik eerder had gehad. Maar daar heb ik helemaal niets van gemerkt.”

De gevolgen zijn groot. Werken ging niet meer. “Ik was werknemer bij een werkplaats voor mensen met een beperking en had het erg naar mijn zin. En dan zit je in een keer thuis. Ga het maar eens een plek geven. Ik heb me er enorm tegen verzet.” Ook zijn huwelijk strandde. “Als je zoiets hebt als ik, verandert je karakter. Ik ben soms ontremd, sarcastisch. Dat weet ik dan niet van mezelf. Omdat ik niet graag afhankelijk ben, kan ik geïrriteerd raken. Het is moeilijk om daar mee om te gaan. Dat snap ik wel.”

Herman was vrijwilliger in het grand café van Isselwaerde. “Dan ga je daar ineens als bezoeker van de dagbehandeling Isselhof naar binnen. Dat was slikken hoor.” Twee dagen per week gaat hij naar de dagbehandeling. Koffiedrinken, krant lezen, geheugentraining, eten, rusten, gymnastiek, weer iets als geheugentraining. De dagen hebben een vaste indeling. Het biedt structuur.

Ook verhuisde hij naar De Hooghe Camp. “Ik ben heel blij dat ik hier zit. Ik heb een grote woonkamer, een slaapkamer, ik heb een mooi uitzicht en een balkon. Ik heb er geluk mee gehad.” Met medebewoners heeft hij weinig contact. “Die zijn allemaal boven de tachtig. Maar ik ga als het mooi weer is wel eens buiten bij het jeu de boulen kijken.”

Hoe het nu gaat? “Ja, wel goed eigenlijk. Het is stabiel. Alle dingen die ik belangrijk vind, kan ik wel onthouden. Zoals afspraken. Kleine dingetjes vergeet ik. Ik ben tevreden zoals het gaat. Ik heb mijn muziek en dat vind ik belangrijk. En ik geniet van mijn kleinkinderen. Wat wel eens lastig is, is dat mensen niet aan mij zien dat ik iets heb.”

Zijn dochter woont vlakbij en houdt een oogje in het zeil. “Ik kan mezelf wel redden. Ik doe zelf de was en de afwas. Koken deed ik eerst ook, maar nu zorgt mijn dochter dat er maaltijden zijn. Die kan ik opwarmen. En ik eet een paar keer per week bij haar. Een bewindvoerder zorgt voor de financiën. Ik heb huishoudelijke hulp en de thuiszorg komt voor de medicijnen. Na mijn hartoperatie vorig jaar kwamen ze een paar keer per dag, dat was echt fijn.”

En wat zo mooi is, in de Isselhof heeft hij weer iemand leren kennen. “Zij dacht, ik begin er niet meer aan. En dan overkomt het ons toch. Dat is mooi hoor. Ik ben er heel gelukkig mee.”

Meer weten over hulp bij dementie?
Mensen met dementie die thuis wonen (en hun mantelzorgers) kunnen een beroep doen op het Mobiel Geriatrisch Team (MGT). Met de juiste hulp en ondersteuning kan men, zo lang als het mogelijk is, in de vertrouwde omgeving blijven wonen.

(Lees hier meer over hulp bij dementie.)