De oase van mevrouw Groeneweg

Wie over de galerij op zesde etage van woonzorgcentrum De Wartburg loopt, waant zich in een kleine oase. De vensterbanken staan van voor tot achter vol met fraaie bloemen en planten. Het brein achter deze fleurigheid: mevrouw Groeneweg (90).

Ze noemt De Wartburg een klein beetje spottend haar laatste adres. Mevrouw Groeneweg voelt zich nog prima, maar weet dat ze niet het eeuwige leven heeft. En wat ze dus absoluut niet wil: dat haar directe omgeving gedurende de tijd die ze hier nog rondhobbelt een steriele ‘ziekenhuistoestand’ is. Ze houdt van het leven. Van gezelligheid. En van bloemen en planten. Altijd al zo geweest. Ze woonde vlak bij een bloemist die ze voor de lol eens hielp met boeketten maken. Zei die bloemist: ‘ze zijn zo mooi, ik zet ze gewoon te koop’. En ter ere van haar groene vingers kreeg ze een heus bloemistendiploma.

Laboratorium
Lijkt de galerij op een oase, dan is haar appartement het laboratorium dat alles mogelijk maakt. Bijna in het middelpunt daarvan staat een koffiekar, niet met kopjes en plakken cake, maar met potten en zakken aarde. En op het aanrecht van haar keukenblok staan allemaal stekjes in flesjes, wachtend op het juiste moment voor verpotten. In een paarse bak groeit een groenten- en kruidentuin-in-wording, van bieslook tot kamille, van snijbiet tot spinazie. Over een poosje zijn ze gereed om uit te vliegen. Een paar sanseveria’s op de dan nog bijna kale vensterbank stonden aan het begin van de oase. Ze waren geel en bijzonder sneu. Mevrouw Groeneweg vroeg de eigenaar, ook bewoner, of ze het boeltje mocht adopteren en nieuw leven inblazen.
Dat mocht.
En de rest is geschiedenis.

Bananenplant
Medewerkers merkten de groene gaven van mevrouw Groeneweg op en gingen vragen of zij ook hun verlopen plantjes wilde koesteren en herstellen.
Nou en of!
Haar dochter kwam met een geweldige bananenplant aanzetten. Aanvankelijk deed die het prima en toen het minder goed ging waren er nog stekjes van te gebruiken. Een restaurantmedewerker wilde de boel vergroenen en vroeg daarvoor een paar stekjes. Mevrouw Groeneweg - what’s in a name – zorgde ervoor. Geleidelijk werd ze koningin van de stekjes.

En iedereen is behulpzaam. Allereerst Renske Peters van welzijn - haar trouwe partner in crime - met wie ze graag mag experimenteren. Tijdens een wandeling op het terrein zagen ze eens een hedera en constateerden ze samen: er moet nog een klimmertje bij op de galerij. Dus namen ze een piepklein stukje hedera mee naar de zesde.

Steun en toeverlaat
En dan is er de fysiotherapeut, die steeds weer gieters vult en klaarzet zodat de niet zo mobiele mevrouw Groeneweg haar grut eenvoudig kan blijven bewateren. En dan heb je Ibrahim de schoonmaker nog. Hij is steun en toeverlaat bij het schoonmaken van alle potten. Mevrouw Groeneweg betrekt iedereen bij haar passie. Wat begon met een simpele, vergeelde sanseveria mondde uit in zowat een levensvervulling. Steeds meer medewerkers weten haar te vinden, niet alleen voor hun zorgenkindjes, maar ook met ook de kweekpotjes die uiteraard hard nodig zijn. Ze zijn allemaal welkom. Ook medewerkers van andere locaties, want mevrouw Groeneweg is niet kieskeurig. Ze houdt dus gewoon van het leven. Van gezelligheid. En ze probeert anderen blij te maken. Dat is tijdens de coronacrisis nog harder nodig dan anders. En het lukt haar nog ook. Regelmatig krijgt ze bedankjes. Niet alleen van medewerkers, ook van familieleden van bewoners. Wat ze dan zeggen?

Dankuwel voor het laantje, mevrouw Groeneweg.

Dankuwel.