Bijkletsen in moedertaal

"Een gesprek voeren lukt niet meer, maar ik heb het idee
dat hij me herkent en zich vertrouwd voelt"

Als Hollandse jongen van 24 in het Italiaans skypen met een dame van 88. Jari van Ingen, vrijwilliger in De Ingelanden, draait er zijn hand niet voor om. Mevrouw Del Negro zit als het ware bij Jari aan de keukentafel. Haar levendige stem komt uit de speaker van de laptop. Si, ze voelt zich momenteel wat eenzaam. Ze mocht graag een klein stukje wandelen met Jari, maar haar gezondheid laat dat momenteel niet toe. In het Italiaans: “Maar het is fijn om met hem in mijn moedertaal te kunnen praten, Jari is een fijne jongen.” De twee mogen elkaar, dat is duidelijk. Jari: “Mevrouw vertelt me veel over haar leven, dat vind ik boeiend.” Mevrouw Del Negro: “Soms te veel, dan maak ik hem gek met mijn verhalen.” Jari: “Dat is helemaal niet zo, ik luister daar juist graag naar.”

Steentje bijdragen
Afgelopen zomer kwam Jari in contact met mevrouw Del Negro en haar man. Hij heeft een financiële baan bij een groot cateringbedrijf, maar wilde ook maatschappelijk een steentje bijdragen. Bij toeval zag hij op de website van het Oranjefonds dat een ouder echtpaar in De Ingelanden een Italiaans maatje zocht. Jari heeft een Italiaanse moeder en spreekt de taal goed. “Maar niet perfect. Het was een mooie gelegenheid om iets voor anderen te betekenen en tegelijk mijn Italiaans op peil te houden. We maakten kennis en er was direct een klik.”

Voetbalspullen mee
Ook de locatie was perfect, want het ligt op de route naar PVC, de voetbalvereniging aan het Amsterdam-Rijnkanaal waar Jari speelt. “Ik kon met mijn voetbalspullen naar De Ingelanden en gelijk door naar PVC, waar ik twee keer per week train.” Op dat moment woonde het echtpaar nog redelijk zelfstandig in De Drie Ringen, totdat meneer steeds meer last kreeg van dementie en ze verhuisden naar De Ingelanden. Met zijn echtgenote ging het lichamelijk juist bergafwaarts. “Sindsdien skype ik met haar en ga ik langs bij meneer.”

Werk in de mijnen
Meneer Del Negro vertrok ooit uit Italië om te gaan werken in de Limburgse mijnen. Hier ontmoette hij zijn latere vrouw, die op bezoek was bij haar broer. Van het een kwam het ander… Hij kreeg het Nederlands goed onder de knie, maar raakte de taal ook weer helemaal kwijt. “In zijn hoofd speelt het werk in de mijnen nog steeds een rol. Een gesprek voeren lukt niet meer, maar ik heb het idee dat hij me herkent en zich vertrouwd voelt. En af en toe kan ik iets vertalen voor de medewerkers, wat best handig is.” Ook mevrouw Del Negro is blij met haar ‘maatje’. Jari: “Het gaat momenteel minder goed met haar, maar ik zag zojuist wel een grote lach op haar gezicht. Alleen zo’n klein moment geeft me al voldoening.”