Blogs van de coaches

AxionContinu neemt deel aan het project Waardevolle Zorg. Dit is een project in het kader van het VWS programma Waardigheid en Trots. Als onderdeel van dit project zijn coaches aangetrokken die de zorgafdelingen ondersteunen bij het realiseren van een optimaal woon- en leefklimaat voor de bewoners, die:
-aansluit bij de behoeften van de doelgroep,
-in lijn is met de visie van AxionContinu en 
-waar gewerkt wordt vanuit de kernwaarden van Vakmanschap, Aandacht en Plezier. 

De coaches ondersteunen de afdelingsmanagers en de teams bij het formuleren en realiseren van de ambities. De coaches worden betaald van geld dat extra ter beschikking is gesteld vanuit het bovengenoemde programma van het VWS. Inmiddels zijn ze volop aan de slag met de teams en afdelingsmanagers. De coaches bloggen over hun ervaringen, die hieronder gepubliceerd worden.

Blog Julian Kruis: Leren gaat niet vanzelf

Ik ben Julian Kruis, een van de coaches Waardevolle zorg en sinds 1 augustus 2016 in dienst bij AxionContinu.

Aandacht, plezier en vakmanschap, de kernwaarden van AxionContinu. Naast de visie, Optimisten in de zorg, een handig hulpmiddel in ons werk. Mijn ervaring als coach is dat de meeste collega’s ook zonder enig besef van de kernwaarden willen werken met aandacht, vanuit vakmanschap en met veel plezier. Ze willen er zijn voor onze bewoners. Waarom is het dan toch belangrijk om de kernwaarden continu onder de aandacht te brengen?

 

Leren gaat niet vanzelf
Wat ik merk in zorgteams is dat de waan van de dag voorgaat. Bij acute gevallen is dit natuurlijk ook noodzakelijk. En, tegelijkertijd, goed samenwerken, de bewoners bij alles wat je doet als uitgangspunt nemen en dagelijks leren van wat je doet, gaat niet vanzelf. Dat vergt inzet, tijd, aandacht, lef en reflectie op jezelf en elkaar.

Twee teams worden één
Een tijdje geleden zat ik bij een werkoverleg van een team. Tot voor kort waren dit nog twee aparte afdelingen en teams, nu samengevoegd tot één team. Het team stond op het punt van verhuizen. In het teamoverleg ontstond een discussie over welke spullen meegingen naar de nieuwe woningen. Niet alles hoefde zomaar weg, bepaalde spullen waren nog mooi en bruikbaar, en smaken verschillen nou eenmaal. Na een levendige discussie, vroeg ik aan het team welke niet-fysieke ‘spullen’ zij graag mee wilden nemen naar de nieuwe woningen. Met andere woorden, welke kwaliteiten uit de oorspronkelijke teams mogen niet verloren gaan?
Een deel van de groep begon. ‘Ik wil ons doorzettingsvermogen behouden’, ‘De aandacht die wij hebben voor onze bewoners’, ‘De tijd en zorgvuldigheid die we besteden aan familie van onze bewoners’, ‘Dat bij ons op de woning de huiskamer altijd bezet is’.
En toen de andere helft van de groep. ‘Onze humor’, ‘De warmte die wij hebben naar onze bewoners’, ‘Dat wij zelf de dingen oplossen zonder gelijk naar onze leidinggevende te stappen’.
Mooi! Twee teams, elk met hun eigen kwaliteiten. Waar de teams zich ook nog bewust van waren. Dan nu aan de slag als één team zou je zeggen…

Dan ben je er nog niet….
Maar opeens, in datzelfde teamoverleg, nam de discussie plotseling een andere wending. ‘Wij zijn veel meer één team dan jullie…’, ‘Ik vind dat wij als collega’s veel meer mét elkaar praten en niet over elkaar’, ‘Wij hebben het gezelliger met elkaar’. Verwijten naar elkaar.
Hier zaten nog twee teams. Samengevoegd, zonder dat ze dat direct leuk vonden of er meerwaarde van inzagen.

Kwaliteiten geven
Dit team is goed op weg, want de eerste stap is bewustwording van de kwaliteiten die je als team had en hebt. Waar waren en zijn wij goed in? Je daarover uitspreken, ervoor gaan staan, is stap twee. Zonder verwijt naar de ander, maar juist met de intentie die kwaliteit te delen met je omgeving. En dan stap drie: talenten en kwaliteiten scheppen ook verantwoordelijkheid. Probeer dus als team elke dag weer je kwaliteiten te geven! Wanneer je je kwaliteiten onvoldoende inzet onthoudt je de bewoners, je collega’s en jezelf ook wat . En stap 4…discussie, verschil van mening over de invulling van de kernwaarden, conflicten, verwijten soms misschien…. Natuurlijk is het niet leuk, maar ze horen erbij op de werkvloer en in de ontwikkeling naar een goed team. Komen ze niet boven tafel, dan lijkt het misschien één en al harmonie, maar is dat het niet. Dat gaat ten koste van de kwaliteit.

Kwaliteiten ontvangen
En dan de andere kant. Wil je als team de kwaliteiten van een ander team zien? Kan je er oprechte complimenten voor geven, zonder jezelf kleiner te maken? Durf je je te laten inspireren, met het vertrouwen dat ook jullie als team veel kwaliteiten hebben, maar wellicht op een heel ander vlak?

Kernwaarden geven richting
Als twee teams één team wordt, verandert alles. Niks is meer zeker of vanzelfsprekend. Alles ligt open. Het is aan de teams en de leidinggevende hier opnieuw invulling en richting aan te geven. De kwaliteiten naar boven te laten komen. Daar is tijd en aandacht voor nodig en een gezamenlijk kader om koers te houden, namelijk de visie en de kernwaarden van AxionContinu.
Het kan keuzes als ‘Welke fysieke spullen nemen we mee of niet?’ zelfs vergemakkelijken. Het gaat dan niet meer over ‘Smaken verschillen nou eenmaal’, maar ‘Wat willen onze bewoners?’ en ‘Welke spullen passen eigenlijk wel of niet bij onze visie en ons kernwaarden?’.

Kortom…
Bewustwording en het echt laten zien van je kwaliteiten als team, daar leert je omgeving van en het inspireert anderen precies hetzelfde te doen. De visie en de kernwaarden zijn daarbij elke dag weer hét uitgangspunt.

Veel plezier!

Mijn naam is Esther Habes en ik ben coach bij AxionContinu.
Ik ben 48 jaar oud en woon in de Leidsche Rijn met mijn man en 3 kinderen. Ik ben een fanatiek tennisster en ga graag met vrienden op stap van samen  skiën tot een biertje in de lokale bierbrouwerij Maximus.
 Ik heb al ruim 25 jaar ervaring in de zorg en coachen is mijn passie; op zoek gaan naar wat mensen beweegt.

Sinds 1 september werk ik bij AxionContinu op de locatie De Bijnkershoek om samen met de medewerkers te onderzoeken hoe je in je dagelijkse werk invulling kunt geven aan de kernwaarden van de organisatie: Vakmanschap, Aandacht, Plezier.
Maar ook aan het thema zelfregie dat in De Bijnkershoek momenteel extra aandacht behoeft.

Na mijn start heb ik al snel de eerste positieve ervaringen opgedaan …. wat een team bevlogen medewerkers! Ik zie plezier in het werk, een vriendelijk woord, een lach. Maar ik zie ook de weerbarstige praktijk met daarbij een tegenstrijdig gevoel met de kernwaarden: waar haal ik de tijd vandaan om aandacht te geven aan een cliënt?

Hier ligt een geweldige uitdaging om met elkaar plezier te hebben in wat we willen bereiken en samen op zoek te gaan naar de mogelijkheden hiertoe. Recent heb ik deel genomen aan een teamoverleg waarin het team met elkaar benoemde wat goed gaat (en daar trots op mogen zijn) en wat nog verbeterd kan worden. Hoe mooi om te zien dat men zich kwetsbaar durft op te stellen en zegt waar het om draait. Deze eerlijke openheid is in mijn ogen een heel belangrijk iets!

Even terug naar het thema zelfregie, wat is dat nu precies?
Uitgangspunt hierbij is dat elke mens verantwoordelijk is voor zijn eigen leven en voor de keuzes die daarbij gemaakt (moeten) worden. Dit draagt bij aan de eigen identiteit van mensen en aan hun gevoel van zelfrespect. Of zoals een collega zo mooi zei: zelfregie is “het heft in eigen hand”.

In de dagelijkse praktijk ga ik met zowel medewerkers als bewoners het gesprek hierover aan; wat betekent dit en hoe ziet dit er dan uit? Ik geef feedback op wat ik zie en hoor en stimuleer medewerkers het gesprek hierover met elkaar en met bewoners aan te gaan. Dit is een proces dat echter nog wel op gang moet komen; vorige week nog zei een zorgverlener:….. als jij er niet bent dan hebben we het er niet over…...

Ik daag mezelf uit hier regelmatig over na te denken en kom dan tot de conclusie dat eigen regie nemen mij heel veel positiefs oplevert binnen de uitvoering van mijn dagelijkse werk; wat wil ik graag anders en hoe kan ik dat vorm geven? Wat kan en wil ik in deze situatie leren? Dit is mijn Vakmanschap! En als ik hier Aandacht voor heb, heb ik ook veel meer Plezier in mijn werk.

Afijn, een hele mooie taak waar mijns inziens een ieder heel veel uit kan halen, mits je het heft in eigen hand neemt. Iets voor jou om over na te denken wellicht?
Ik ga hierover graag het gesprek met je aan!

Natasja Cassin is mijn naam, ik ben 44 en werk bijna drie jaar bij AxionContinu.
Eerst als wijkverpleegkundige, vanaf 1 september 2016 als coach. Elke dag daag ik medewerkers én bewoners uit na te denken over eigen regie. De momenten van winst zoals hieronder zijn soms klein en subtiel. Maar zo belangrijk. Op deze manier werken we toe naar waardevolle zorg. Wat heb ik toch een prachtbaan!

 

De deur van de woning van mevrouw staat standaard open. “Dan zie ik tenminste af en toe iemand,” antwoordt ze als  ik haar vraag waarom ze dat doet. Haar opmerking maakt me nieuwsgierig en ik vraag of ik binnen mag komen. “Wat bedoelt u met die opmerking,” vraag ik.
Ze vertelt dat er na de ochtendzorg niemand zomaar meer binnenkomt. Er zit altijd een reden aan vast: medicatie, koffie, wondzorg… “Ze hebben weinig tijd.”

Ik besluit er voor te gaan zitten en haar nu aandacht te geven.
Mevrouw woont sinds zeven jaar in ’t Huis  aan de Vecht. Ze is geheel afhankelijk van de hulp van anderen.

Ik vertel haar kort over mijn werk als coach en over het thema ‘eigen regie’, waar we mee bezig zijn. “Ze willen dus dat we nóg meer zelf gaan doen,” zegt ze stellig.
Ik leg haar uit, dat eigen regie niet hoeft te betekenen dat iemand meer zelf gaat doen. Dat het betekent dat iemand juist eigen keuzes kan maken. Dat ze invloed heeft op haar eigen dagritme, dat ze echt niet per se om negen uur gewassen en aangekleed in de stoel hoeft te zitten. Dat ze zelf bepaalt waarmee haar boterham belegd wordt en hoe ze geholpen wordt met wassen en aankleden. Dat ze zelf bepaalt hoe medewerkers haar aanspreken.
“Dus ik mag er zelf voor kiezen hoe laat mijn steunkousen aangetrokken worden?” Samen lachen we om haar uitspraak. Ik ben blij dat ze mijn verhaal begrepen heeft. We praten nog na over het nut van steunkousen en ze vertelt dat de zorgmedewerker haar om zeven uur wakker maakt voor de steunkousen.

Later vertel ik de Eerst Verantwoordelijke (EV-er), met wie ik deze ochtend op de afdeling meeloop, over mijn gesprekje over de steunkousen. Ze is net onderweg naar mevrouw en besluit er direct over te beginnen. Ze vraagt mevrouw hoe laat ze dan wél de kousen aangetrokken wil krijgen. Mevrouw kijkt mij vragend aan en zegt dat zeven uur prima is. De EV-er gaat ervoor zitten en legt haar hand op mevrouw haar knie. Dat zou een mooi plaatje voor aandacht zijn, denk ik bij mezelf. Mevrouw vertelt dat ze de laatste tijd zo moe is en graag wat wil uitslapen. Ze wil helemaal niet om zeven uur geholpen worden. Samen overleggen ze wat dan wel een geschikte tijd zou zijn en de EV-er sluit af met de belofte de agenda te checken en er vanmiddag bij mevrouw op terug te komen. Ik krijg een handkus toegeblazen als we tevreden de woning verlaten.

Ik complimenteer de EV-er dát ze het gesprek is aangegaan en hoe ze dat deed. Ze heeft de bewoonster daarmee ruimte gegeven voor haar eigen ideeën en inzicht over hoe ze haar leven zelf kan inrichten. Wat een winst!

Mijn naam is Thamar Pijl-Philips en ik werk sinds oktober 2016 als coach bij AxionContinu. Ik ben veertig jaar en ik woon in Amersfoort met mijn man en zoon. In mijn vrije tijd schilder ik ter ontspanning. Ik vier het leven door vrienden op te zoeken, uit eten te gaan en te reizen. Verder houd ik van de natuur en het leren kennen van andere culturen.
Hiervoor heb ik gewerkt als begeleider en trainer in de zorg en als docent in het onderwijs. Ik haal voldoening uit mijn werk als ik mijn creativiteit kwijt kan en mensen kan begeleiden in hun eigen leerproces. En  ik geniet ervan om mensen daarna te zien groeien.

Zelfregie
Op dit moment werk ik in ‘t Huis aan de Vecht. Behalve op de kernwaarden Vakmanschap, Aandacht en Plezier, ligt de focus van mijn afdeling ook op het thema zelfregie. Wat is zelfregie en wat betekent dit in de praktijk? Welke spanningsvelden zijn er? Wanneer vinden we bijvoorbeeld vakmanschap belangrijker dan eigen regie? Waar zijn wij tevreden over en wat willen wij verbeteren? Welke afspraken maken we en welke doelen stellen we met elkaar? Ik observeer, luister en stel vragen. Als coach geef ik terugkoppeling aan medewerker(s), ik spiegel, denk mee en help het team concrete en haalbare doelen te formuleren.
Het is een doorlopend proces, waarbij ieder succesje wordt gevierd. Wat mij vooral raakt, is dat ik bij het team zoveel liefde voor de bewoners ervaar. Ik zie en hoor ook zorgen over hoe de drie kernwaarden passen in de steeds grotere en complexere zorgvraag.
Volgens mij is  zelfregie niet alleen ‘U vraagt, wij draaien’.  Als medewerker en team kijk je steeds naar wat de mogelijkheden zijn om aan de wens van de bewoner te kunnen voldoen. Hierin heb je zelf ook regie. Belangrijk vind ik, dat je hierover in contact blijft met de bewoner en/of familie. Communicatie en nog eens communicatie!

Succesjes geboekt
Er zijn al prachtige succesjes geboekt. Zo was er een medewerker, die op zoek ging naar wat een mevrouw qua zelfzorg meer zou kunnen. Deze bewoner communiceert na een CVA alleen non-verbaal. Het viel de medewerker op, dat mevrouw op haar hoofd krabt en ze vroeg haar of ze haar eigen gezicht wilde wassen. Mevrouw schudde haar hoofd en de medewerker vroeg vervolgens advies aan mij. Ik raadde haar aan de reden achter de nee  te zoeken. Wat speelt er? Is zij ergens bang voor, is het de gewenning, heeft ze er geen zin in…? Omdat mevrouw het zelf niet goed kan aangeven, is de medewerker in gesprek gegaan met de familie. De familie gaf aan blij te zijn met de aandacht voor hun moeder en ze gingen haar ook stimuleren om meer zelf te doen. Al doende kwamen de medewerkers erachter dat mevrouw zich zelf begon te wassen, als ze haar gewoon de washand in handen gaven.
Inmiddels wast mevrouw niet alleen haar gezicht, maar ook haar bovenlichaam!  Dit is voor mij de kern van waardevolle zorg en een pluim waard voor de betrokken medewerkers!

Uitdaging
Er kwam een nieuwe mevrouw op een rookvrije kamer. Mevrouw rookt, en haar familie vroeg of de zorgmedewerkers minimaal zes keer per dag met haar naar buiten konden gaan. De zorgmedewerker had bedenkingen, maar maakte wel een tijdschema met 9.30 uur als eerste rookmoment. Op dag één ging het al mis, doordat de zorgmedewerkers om die tijd nog druk bezig waren met andere bewoners. Gevolg was frustratie bij mevrouw en bij het team.
Hoe zou jij  omgaan met zo’n verzoek?

Mijn naam is Maudlin Ernst. Met mijn man en drie grote kinderen woon ik in Nijmegen. In mijn vrije tijd vind ik het heerlijk om te koken. Liefst zo puur mogelijk. Als ik heel veel vrijetijd heb ben ik aan het schilderen en fotograferen. Ik stel mij ook voor dat als ik straks met pensioen ga en mijn gezondheid laat dit toe, dat ik dit dagelijks ga doen. Afgewisseld met een potje schaken. Omdat ik nu met veel plezier 32 uur werk en veel reistijd heb, gaat mijn aandacht in Nijmegen vooral uit naar mijn gezin en familie. Vorig jaar ben ik na lange tijd weer begonnen met een cursus ‘spelverdieping’. Dit vond ik zo leuk dat ik nu mee doe aan een theaterproductie die in juli gespeeld gaat worden in … het bos.

Terugkijkend op mijn eerste periode, zag ik veel hectiek en onmacht rondom de bezetting op de werkvloer bij de zorgmedewerkers. Bij mijn komst, als coach ‘waardevolle zorg’ zei een zorgmedewerker verontwaardigd: ‘Er is dus wel geld voor een coach en niet voor extra handen aan het bed.’ Gezien de hectiek door onderbezetting op sommige dagen vind ik dat oprecht een begrijpelijke opmerking. Het is zwaar om alleen verantwoordelijk te zijn en kwaliteit te leveren voor de ADL, medische verzorging, welzijn, huishoudelijke en administratieve taken op een groep, zonder verdere ondersteuning. En om je werk te verbeteren en waardevolle zorg verder te ontwikkelen, heb je ruimte nodig om ideeën uit te werken, aandacht aan bewoners te geven en effectief te kunnen overleggen en overdragen.

Meer handen aan bed de oplossing voor meer kwaliteit?
Een belangrijk argument voor meer dan twee handen aan bed, is dat een zorgmedewerker gecorrigeerd moet kunnen worden of om hulp moet  kunnen vragen.  Feedback geven en ontvangen hoort bij Vakmanschap, één van de drie kernwaarden van AxionContinu. Hierdoor krijgt de zorgmedewerker de kans om zijn of haar handelen te verbeteren als dit nodig is. Als je voortdurend alleen werkt, kan niemand jou feedback geven of word je niet geprikkeld door de werkwijze van een collega. En het is moeilijker om hulp te vragen. Er kunnen hierdoor ongewenste situaties ontstaan en in stand gehouden worden. Het is daarom wat mij betreft gewenst dat zorgmedewerkers regelmatig samenwerken met teamleden.

Alléén een afdeling draaien?
Stel er komt een nieuwe bewoner op een afdeling. Elke zorgmedewerker weet dat dat de dagelijkse balans kan verstoren. De nieuwe bewoner moet wennen. Is onrustig, in de war of misschien erg  boos. Familieleden zijn nieuw en vaker aanwezig, wat weer onrust bij andere bewoners met zich mee kan brengen. Dan heb je meer zorgmedewerkers nodig (mogelijk méér dan twee zorgmedewerkers) om waardevolle zorg te kunnen verlenen. Na een paar weken kan er weer meer stabiliteit zijn, waardoor die extra handen niet meer nodig zijn of alleen tijdens piekuren. De bezetting afstemmen op de behoeften van de bewoners en de situatie op een afdeling draagt bij aan waardevolle zorg. En het zou zo maar eens kunnen dat het ook bijdraagt aan kostenbesparing. Dit is een andere manier van denken bij het zoeken naar een oplossing dan standaard twee zorgmedewerkers op een dienst zetten. Het vraagt om scherpte, een helicopterview, teamschap en een (vaste) pool van flexibele zorgmedewerkers van diverse niveaus. De verbinding met welzijn en mantelzorgers  zie ik groter worden en gewenst om waaardevolle zorg te geven.  De vragen die voortdurend in het team gesteld worden zijn: ‘Wat vindt de cliënt belangrijk?’ en ‘Is dit nog goede zorg of kan het beter?’
Alléén een afdeling draaien, afgewisseld met samenwerken op een afdeling, kan dan ook verantwoord zijn . Niet uit nood geboren zoals nu vaak gebeurt, maar doordacht en verantwoord.  Indien gewenst samen met de inzet van mantelzorgers of vrijwilligers.
En zo zijn we op dit moment, met elkaar, allerlei mogelijkheden aan het ontdekken. Het is een gegeven dat we in de zorg een wedstrijd proberen te winnen met een speler minder. We staan niet aangeschreven als de best spelende club op dit moment. En we trekken met moeite nieuwe spelers aan. Ik ervaar desondanks een enorme drive om goede zorg te bieden aan bewoners. Er is teamspirit en de wens om te verbeteren. Daar mag iedereen erg trots op zijn. Stap voor stap werken we verder aan ‘waardevolle zorg’.  Ook aan het sterker maken van onze rol in het team (wie is de spits, wie verdedigt, wie keept en wie is de aanvoerder). Hierdoor zal het samenspel beter worden. En het zou me niks verbazen als de buitenwereld ziet welke stappen we maken en hoe goed het samenspel is, waardoor er zich vanzelf nieuwe reservespelers gaan melden.

Mijn naam is Leny van Rooijen en samen met mijn man en zoon woon ik met veel plezier in Arnhem. In mijn vrije tijd ga ik graag hardlopen, wandelen en ik houd van dansexpressie. Sinds september werk ik als Coach Waardevolle zorg bij Mariënstein in IJsselstein. Deze locatie heeft drie afdelingen met in totaal 62 bewoners.

 

Ruimte voor het leerproces
Het team in Mariënstein heeft de laatste jaren veel inzet en betrokkenheid getoond. Er is veel extra gewerkt bij ziekte en bij gebrek aan voldoende personeel. Kwaliteiten als improviseren, doorzettingsvermogen en loyaliteit zijn ruim aanwezig.

Ik werk veel vanuit de principes van ‘leren door waarderen’ (appreciative inquiry) en vanuit de positieve psychologie. Positieve ervaringen maken mensen krachtiger, creatiever en gemotiveerder. Zo vraag ik tijdens een themabijeenkomst wat zij al hebben bereikt. Het team is aangenaam verrast door de reacties van collega’s, er is samen meer bereikt dan gedacht! En wat wil men nog meer samen gaan oppakken om tot iets moois te komen? Ze geven aan Meer aandacht voor de bewoners. Ook noemen ze randvoorwaarden die niet aanwezig zijn. Deze worden opgepakt door de manager.
Aandacht geven vraagt om luisteren, opmerkzaam zijn, rust en hartelijkheid. Hoe doe je dat als je zo gewend bent om te rennen op basis van kloktijden of op basis van taken die af moeten? Ik kom er achter dat ik zelf ook meer moet vertragen. Ik wil teveel en ik realiseer mij 'Gras groet niet harder door er aan te trekken'. Nee integendeel. 'Gras groeit harder door goede voeding en ruimte om te kunnen groeien'.

In dialoog
Regelmatig heb ik tweegesprekken en interactieve themabijeenkomsten. Medewerkers vertellen over opvattingen zoals 'wanneer ik bij een bewoner zit voel ik me bezwaard naar mijn collega' of 'de avonddienst wil graag dat een aantal taken gedaan zijn'. Door hierover te praten ontstaan er langzaam verschuivingen in opvattingen, aannames en nieuwe inzichten. Ik besluit om op zoek te gaan naar een werkvorm waarbij de zorgverleners werkplezier en energie ervaren als zij de wensen 'Meer aandacht voor bewoners' combineren met 'Benutten van talenten'.

Persoonsgerichte aandacht
Tijdens de volgende themabijeenkomst nemen medewerkers in tweetallen een bewoner in gedachten. Met gerichte vragen wordt verdieping gezocht naar de wensen van bewoners en worden acties bedacht. Deze zijn hartverwarmend en bewoners ervaren het als een lichtpuntje van de dag. Zo krijgt een bewoner een handmassage, een andere ervaart oprechte aandacht wanneer ze haar levensverhaal kan vertellen met ruimte voor haar verdriet. Een andere medewerker brengt een mevrouw met dementie naar een kapel, deze mevrouw is daar zo overduidelijk blij mee, dat het de medewerker zelf ontroert. En toen zij het mij vertelde werd ik ook weer geraakt. Prachtig. Werken vanuit het hart. Als je je passie weet uit te dragen, zal de vonk overslaan naar bewoners en collega’s. De vonk (weer) voelen leidt tot meer vitaliteit en verbinding.

Afstemmen en maatwerk
Wat ik in mijn huidige rol als coach, facilitator, teamcoach en adviseur erg fijn vind, is dat ik maatwerk kan leveren. Wat is nodig op dit moment voor dit team, voor deze manager en met deze bewoners. Doordat ik op de locatie aanwezig ben, kan ik na een interventie merken hoe effectief deze is geweest en kan ik mij bezinnen op de eerstvolgende stap. Ik signaleer wat er speelt binnen de organisatie en wat het effect is op de werkvloer. Als sparringpartner voor de manager praten we hierover en over samen onderzoeken en leren, over zelfsturing en verbinding, over implementatie en borging. Kortom, een prachtig mooi vak!