Blogs

René Leideritz, secreatris Raad van Bestuur, blogt. Lees zijn blogs hier.

Geen personeelsnorm, maar reële tarieven

In de eerste weken van het dit jaar is onze sector geconfronteerd met nieuwe richtlijnen, eisen en kaders op het gebied van kwaliteit. Meer handen aan het bed, aanscherpingen in het toezicht en vakbonden die er nog een schepje bovenop doen. Politiek en beleidsmakend Nederland bemoeien zich nadrukkelijker dan ooit met de ouderenzorg. Er staat veel op het spel en er lonken enige miljarden. Politieke partijen hopen op electoraal gewin en doen hun uiterste best om zich te scharen achter het adagium 'meer handen aan het bed’'. Het Zorginstituut en de FNV stellen zelfs een norm voor de personeelsinzet op een groep bewoners in een verpleeghuis. Vergelijkingen met de kinderopvang worden gemaakt waar het gaat om de relatie tussen goede zorg en benodigd toezicht.

Maar wat vinden we als sector daar nu zelf van? Uit onderzoek (onder andere van de Universiteit van Maastricht) blijkt dat er geen directe relatie is tussen meer personeelsinzet en hogere kwaliteit van zorg. Actiz heeft een doorrekening gemaakt wat de gestelde norm aan extra geld kost. Veel geld, maar ook de vraag: waar halen we al dat extra personeel vandaan? 
Veel belangrijker is de uitspraak dat de context en de zorgvraag bepalend zijn voor de inzet van zorgpersoneel. En daar past geen precieze norm op.
Nog niet zo lang geleden bestond er de zorgzwaartebekostiging. Kort gezegd, voor complexere zorg meer geld. En daarmee kun je de personele inzet op maat verhogen. Waarom horen we daar niemand meer over en is dit systeem genivelleerd? Nu krijgt het merendeel van de bewoners op een groepswoning voor mensen met dementie een ZZP indicatie 5. Hebben al deze bewoners dan eenzelfde zorgvraag? Nee, natuurlijk niet.
Om een voorbeeld te geven. Bij een bewoner die 's nachts zeer onrustig was, hebben wij tijdelijk een extra zorgmedewerker ingezet. Het resultaat was dat mevrouw zich snel weer prettiger voelde en weer goed slaapt.

Ik pleit voor een heroriëntatie op de ZZP bekostiging. Meer complexe zorg belonen met een hoger tarief doet recht aan de echte zorgvraag. Waarom niet een meer gedifferentieerd indicatiesysteem waarbij meer complexe zorg ook een substantieel hoger tarief oplevert? En waarmee een werkelijk op de zorgvraag afgestemde inzet van zorgpersoneel betaalbaar is? Dat zal de kwaliteit van zorg pas echt verbeteren. Dus laat het extra geld maar komen!

Het is in de ouderenzorg niet overal kommer en kwel. In alle verpleeghuizen wordt hard gewerkt om zorg te leveren aan mensen die zeer complexe zorg nodig hebben. Daarbij hebben zorgmedewerkers te maken met dilemma’s en vraagstukken die in de dagelijkse zorg, begeleiding en behandeling veel van onze professionaliteit vragen. Zoals bijvoorbeeld in de zorg aan bewoners met enorme bewegingsdrang, onrust en valgevaar. Waar we de afweging moeten maken of we het risico van vallen accepteren boven het geven van onrustmedicatie.

We leven in een maatschappij gericht op succes en maakbaarheid. Een buitenwereld die soms oordeelt vanuit onwetendheid of onmacht en vooral van het onder ogen zien van wat bij dementie hoort. Een beeld dat vraagt om uitleg , om nuancering. Helaas horen we dat in de media niet of nauwelijks terug. En dat is jammer.

Het echte verhaal is soms naar
Het echte verhaal over zorg aan mensen met dementie is complex. En daar zouden we in onze communicatie naar buiten toe eens goed naar moeten kijken. Wekken we als zorgorganisaties misschien verkeerde verwachtingen? Ook wij maken ons ‘schuldig’, bijvoorbeeld in onze folders en op onze website, door de blije oudere in beeld te brengen, liefst op een fiets of wandelend in het zonnetje. Maar dat is niet het eerlijke verhaal. Onze bewoners zijn door hun lichamelijke en geestelijke beperkingen vaak heel erg kwetsbaar, laten soms ongewenst gedrag zien, zijn vaak zeer verdrietig en verkeren in de laatste fase van hun leven.

En waarom vertellen we dat niet en laten we dat niet veel meer zien? Uiteraard met inbegrip van privacy en respect voor wat je in beeld brengt. Zelfs achter het verhaal van de bejaarde waarbij de urine langs de enkels loopt, is er een nuance. Namelijk de afgewogen keuze om mensen met ernstige dementie en bewegingsdrang niet meer vast te zetten zoals we dat jaren geleden deden.

Keuzes afwegen in belang cliënt
We hebben bij AxionContinu de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in kwaliteitsverbetering; onder meer door kleinschalige woonvoorzieningen te bouwen, waar mensen veel meer privacy hebben en ook letterlijk veel meer bewegingsruimte, ieder met een eigen kamer. En ja, dan kan iemand in deze beschutte omgeving zijn incontinentiemateriaal in een onbewaakt moment uitdoen. Is dat erg? Ja, dat is erg, maar minder erg dan worden vastgezet achter een tafelblad.

Toon realistisch beeld van de zorg
Waar ik naartoe wil, is dat we ons niet moeten verschuilen achter de werkelijkheid. Want die werkelijkheid van dementie is er en is vreselijk naar en verdrietig, vooral voor familie of iemands partner. Laten we daarom met elkaar bespreken hoe we dat in onze communicatie op een goede manier kunnen laten zien. Net als de dilemma’s die we daarin tegenkomen en hoe wij daar professioneel mee omgaan. Ook met de onmogelijkheden.

Het gaat in onze sector dus zeker niet altijd en overal fout en de kwaliteit is zeker niet overal ondermaats. Er gebeurt zo veel moois en er gaat zoveel goed. We verdienen het niet om er steeds maar weer van langs te krijgen in de media. Natuurlijk, waar het echt fout gaat, moet ingegrepen worden. Maar niet zoals nu gebeurt, niet de hele sector over de kling jagen. Onze medewerkers zijn daar terecht ook boos over.

Complimenten van naasten
Gelukkig krijgen wij ook regelmatig complimenten van familieleden van bewoners en cliënten. Deze bereiken echter nooit het nieuws. Dat hoeft ook niet, immers, die zijn bedoeld voor de medewerkers en vrijwilligers die zich dagelijks inzetten voor goede zorg.

Het afgelopen jaar stond de ouderenzorg weer volop in het nieuws met plascontracten, het manifest van Hugo Borst, de IGZ-lijst met 150-risico instellingen. Doen we het dan zo slecht? Ik vind van niet. Al jaren ligt de sector onder vuur terwijl er zoveel grote kwaliteitslagen zijn gemaakt. Dat brengen we ook zelf te weinig over het voetlicht.

Naast een paar zorgorganisaties die er soms een potje van maken staan er talloze die er wel wat moois van maken. Waar cliënten tevreden zijn en medewerkers zich gewaardeerd voelen. Het nieuws beperkt zich helaas vaak tot waar het mis gaat.

Feiten
De afgelopen decennia is fors geïnvesteerd in kleinschalig wonen en het wegwerken van de zogenaamde ‘meerbedskamers’. Nog niet zo heel lang geleden verbleven verpleeghuisbewoners jarenlang op afdelingen met zo’n dertig bewoners. Grote huiskamers, nauwelijks privacy, alleen een eigen nachtkastje en met vier tot acht personen op een slaapkamer. Grootschalige zorg is voordeliger, maar toch hebben we in het belang van de cliënt de afgelopen decennia met succes geïnvesteerd in kleinschalig(er) wonen.

Anno 2017 verblijft de verpleeghuisbewoner nog maar gemiddeld negen maanden in een verpleeghuis op een eigen kamer, vaak met eigen sanitaire voorzieningen. De setting is vaak kleinschalig, gemiddeld zes tot acht bewoners per woning. Er zijn diverse woon- en leef concepten, het opleidings- niveau van medewerkers is gegroeid en de zorg wordt anders georganiseerd. Focus op de cliënt heeft geleid tot flinke kwaliteitsverbeteringen en participatie van mantelzorgers en familie heeft een belangrijke plek gekregen in de praktijk van alle dag.

Toon realistisch beeld van de zorg
Het budget voor bewoners met dementie in een verpleeghuis bedraagt gemiddeld € 210,= per cliënt per dag. Een derde van dit dagtarief geven we uit aan indirecte kosten, zoals gas, water en licht, voeding en drinken, schoonmaak, dagelijks onderhoud van het gebouw, bewoners-gebonden kosten (medicatie, behandeling en dergelijke) en overhead (staf en ondersteunend personeel). Met de nodige creativiteit lukt het ons net om verantwoorde zorg te leveren over 24 uur, zeven dagen in de week op een groep van zes bewoners.

In onze praktijk betekent dat op zo’n groep van zes bewoners in de avond één verzorgende. Eind jaren ‘90 van de vorige eeuw waren dat er gemiddeld 2,5 in de avond, maar dan op een afdeling van dertig bewoners. Per saldo dus nu fors meer aandacht per cliënt, zou je zeggen. Die medewerker heeft wel een ander takenpakket. Zo verzorgt hij of zij nu ook de maaltijd en is ook verantwoordelijk voor de huishoudelijke taken. Divers en soms lastig in de combinatie, maar gericht op zo gewoon en huiselijk mogelijk.

Is dat voldoende? Ik durf de stelling aan, zeker in vergelijk met vroeger, dat dit kan en verantwoord is. Met de vergroting van de groep naar acht cliënten is er meer budget beschikbaar en kan de bezetting iets opgerekt worden. Op een aantal van onze kleinschalige locaties doen we dat ook.                                                        

De personeelsnorm van twee zorgmedewerkers op een groep die door het manifest van Hugo Borst op tafel is gebracht, ligt echt nog ver af van het beschikbare budget. Dat moge duidelijk zijn door de berekeningen die ActiZ heeft gemaakt. En je kunt je afvragen of deze norm iets zegt over de kwaliteit. Zonder meer alle activiteiten door professionals laten uitvoeren is zeker niet altijd nodig of kwaliteit-verhogend. Professionele inzet, in combinatie met de inzet van vrijwilligers, familie en mantelzorgers maakt veel mogelijk, dat laat onze praktijk ook zien. Daar zijn al echt grote kwaliteitslagen in gemaakt. Vroeger was dus zeker niet alles beter.